stijn, nicolas, anton
Nicolas installeert een geluidsmodule in de gang, vlakbij de deur. Stijn is verfspullen aan het opruimen. Anton veegt de vloer in de hoofdruimte.
Stijn vraagt of ik straks, als de zaak sluit, weet hoe ik de beamer uitzetten moet.
Nicolas en Stijn bespreken of ze een tekst op de muur zullen aanbrengen. Ze hebben het over een tekst, een intentieverklaring.
Stijn spreekt Anton hierover aan. Anton is de vloer aan het vegen. Ze beslissen om het zaterdag te doen, zowel Stijn als Anton moeten er immers vandoor.
Anton reinigt de vloer met een plamuurmes, vlakbij het fundament van een uit itonblokken opgetrokken bouwsel.
Stijn stapt op. Nicolas kijkt naar Anton, die de betonvloer schoonmaakt. In de gang is intussen sinds enige tijd de fluctuerende sound van een geluidsinstallatie te horen.
Anton en Nicolas bewegen her en der door de hoofdzaal en ruimen wat spullen op.
16:45 > 17:10 /dag 14/
nicolas
‘Waar zal ik dat leggen?’ vraagt Nicolas zich af, ‘paperassen.’
De schoonmaakbeurt is achter de rug, Stijn en Anton zijn ervandoor, de eerste bezoekers zijn gearriveerd en het mobieltje van Nicolas gaat af. Het is Stijn. Nicolas en Stijn spreken iets af. Op de houten tussenwand is een videoprojectie, de video toont een wat slungelig persoon die een tafel heen en weer manoeuvreert door een naakte ruimte.
Nicolas verdwijnt in de gang. Amper enkele seconden later betreedt hij toch weer de hoofdruimte en loopt dan opnieuw de gang in. Er is het geluid van iemand die een plastiekzak doorneemt.
Nicolas maakt een opmerking over de geluidsinstallatie in de gang, hoopt dat de volgende units die lijn doortrekken. Wat later bevindt hij zich achterin de ruimte. Hier start opnieuw een traject richting gang. Hij loopt de gang helemaal tot het eindpunt door. Heel even is er niemand. Stijn duikt opeens heel erg groot in beeld op, bijna alsof hij zich vlakbij bevindt. Nicolas betreedt de zaal en schuift de deur open die uitgeeft op het kantoortje. In zijn rechterhand heeft hij het strakke omhulsel van wat een halve liter Frans bronwater was. Hij stapt heen en weer door de locatie, lijkt de stockruimte te willen betreden en sluit ze af. Een ogenblik later is hij de vloer aan het vegen.
Schrijver dezes draait een sigaret.
Nicolas buigt zich over een wit vel papier. Hij brengt er een gekleurd voorwerp aan, een dubbele plak gekleurde specie zoals je ze in de winkel koopt. Hij is hier enige tijd mee bezig. De geluidsinstallatie in de gang is als een onzichtbare grond, een put waarin geluid omlaag dondert.
Er is ook het geluid van voetstappen en schrapende wieltjes.
Nicolas brengt een zerpblauwe reep op de vloer aan, een lange vinger die dwars door de betonnen vloer steekt.
Een geluid van tastbaar geluid rolt door de kamer.
‘He, wat voor materiaal is dat,’ vraag ik.
‘Dat is plasticine,’ legt Nicolas uit, ‘ongelooflijk vettig, echt wreed vettig.’ Hij stapt om de sculptuur van Anton, brengt her en der identieke repen plasticine aan, een reep rechtop als een vinger, een andere liggend, dan een slak, dan het huisje, blauw en roze, en ook oranje.
Hij betreedt de gang en loopt die helemaal tot het eind door. Er is niemand. Stijn manoeuvreert de tafel en de tafel komt vast te zitten in een hoek van de ruimte
|