croxhapox


Lucasmunichstraat 76/82
9000 Gent (Belgium)

brainbox > brainbox 02 > Thomas Bogaert, Carlo Mistiaen, Evert Defrancq

 
- agenda
- about us
- publications
- timetable
- encyclopedia
- over brainbox
- guestbook
- subscribe!
- links
 
brainbox 01
brainbox 02
brainbox 03
brainbox 04
brainbox 05
brainbox 06
brainbox 07
collaborations:
> Marc Coene_photo01 > Marc Coene _photo02 > Lou Mulder_photo
> Marc Coene_video01 > Marc De Clerq_photo  
> Marc Coene_video02 > Hans V. Heirseele_text01  
> Lieve D´ hondt_photo > Hans V. Heirseele_text02  
> Joris V. der Borght_text > Hans V. Heirseele_text03  
> Guido De Bruyn_text > Lucia Saura_photo  
 
Brainbox /fragmenten / auteur: Hans van Heirseele
donderdag 28 september, 14:10 > 14:25 /dag 28/

Thomas bogaert

In de hoofdzaal is een schimmige, verbrokkelde duisternis. Achterin de ruimte bevinden zich vreemde, langwerpige objecten. De duisternis, pertinent alomtegenwoordig, wordt her en der aangetast door een kleine lichtbron. Een van die lichtbronnen valt samen met de smalle trap naar het hoger gelegen terras.
Thomas is boven op het dak, of op het terras. Hij onderneemt een poging om de lichtinval tot quasi nul te reduceren.

Het uit itonstenen opgetrokken schrijn, centraal achterin de ruimte, of wat er van overblijft, is zwaar toegetakeld. De werkjes van Nicolas zijn verdwenen, ook van de ingrepen van Stijn blijft weinig tot niets over.
De door Anton in de vorm van een kubus afgewerkte kleimassa ligt nu als een kokhalsdikke brij over een restant van het tafeltje. Het tafeltje bezweek onder het enorme gewicht. Het tweede eemplaar staat ergens ter rechterzijde en dient als werktafel.

Thomas betreedt crox3, stapt tot helemaal achterin en zet de filmprojectoren aan. Op een klankband is de tot recitatief herleide versie van een Engelse les te horen. De ratelende filmprojector zorgt voor een geometrische uitsparing van gelig licht op de donkere achterwand. ‘Je suis arrivé,’ zegt iemand.
Het is de stem van een vrouw, luid maar minder dwingend dan de mannelijke stem. De mannelijke commentator spreekt Engels, zij spreekt Frans.
‘Arriver,’ herhaalt de dame. Naakte en pure essentie van het werkwoord zonder werkwoordsvorm. ‘To arrive,’ concludeert de mannelijke gesprekspartner. ‘I arrive.’
Het recitatief gaat ononderbroken, met wisselende interpunctie, a due voci:
‘J’arrivais’...
‘I arrive.’
‘...Je suis arrivé.’
‘Arrive. To arrive.’

Thomas was heel even in de gang bezig, wellicht om het effect van de filmprojectie te controleren. De tekst stroomt in fel wit licht en gradueel wijder als in een trechter over de lange muur: ‘ARRIVE. I SHE HE IT WE YOU THEY ARRIVE.’
Hij stapt door de hoofdruimte, knielt naast een van beide projectoren en stelt de invalshoek bij.
Hij drukt op een schakelaar en de vochtige duisternis spoelt weg naar de gang.

‘Ja... Ik ga nog wat dingen... de overbodige dingen. De overbodige dingen zal ik weg doen,’ concludeert Thomas. Hij staart naar het schrijn van itonblokken, waar nu een balg van klei te zien is, en de filmprojectie.
‘J’arrivais,’ zegt een dame.
‘To arrive.’
‘Je suis arrivé,’ verklaart ze.
Zonder expliciet het woord tot schrijver dezes te richten, legt Thomas uit dat de andere projector een op het werkwoord ‘to prefer’ gebaseerd recitatief brengt. Die tweede klankband is een stuk stiller en hierdoor bijna niet hoorbaar.
Thomas hurkt naast het toestel en zit enige tijd aandachtig luisterend voor zich uit te kijken. ‘Ik ga wachten,’ besluit hij. Hij veert overeind, stapt om de kleisculptuur. ‘Ik ga wachten tot Evert met zijn projectie begint om te beslissen of ik beide projecties gebruik. Dat het niet te veel wordt.’
Hij stapt richting gang. Even later baadt de ruimte in wit neonlicht.


donderdag 28 september, 15:05 > 15:25 /dag 28/
thomas, evert/ spoor 2: marc coene, ria bauwens

Marc en Ria betreden de hoofdruimte. Thomas klimt op een ladder en corrigeert de positie van de zwarte gordijnen. Even later snelt hij naar het andere eind van de ruimte en voert er aantal corrigerende handelingen uit.
Marc en Ria bestuderen de filmapparatuur. Thomas houdt het even voor bekeken en slentert richting gang. De ratelende projectoren lijken op een poppenkast van lichtvlekken.
Ria maakt close-ups van het apparatus. Marc concentreert zich op de projectie in de gang. Thomas is op het terras. Het recitatief - delicate verschuivingen in de volgorde van beide stemmen - is alomtegenwoordig.

Thomas en Marc bespreken iets. In de gang is de muurschildering van Stijn intact; de filmprojectie gaat er dwars overheen.
Waar Ria bezig is, vlakbij de bron van de projectie, is heel even een verticale flash van helderrood licht.
‘J’arrivais... j’arriverai... Je suis arrivée,’ zegt de dame.
Ze herhaalt wat ze zoëven zei: ‘J’arrivais. J’arriverai. Je suis arrivée.’
‘I arrive,’ beaamt de mannelijke gesprekspartner.
‘To arrive.’
‘J’arriverai...’
Thomas stapt door de ruimte, links om het centrale bouwwerkje heen. Marc komt achter hem aan. Marc en Ria vragen Thomas uit over de filmapparatuur. Even later spitsen ze zich weer toe op hun camerawerk. Thomas begeeft zich naar de smalle doorgang, leunt er tegen de deurpost en bestudeert de als een elastiek uitgerokken tekst.

In de gang tekent zich een donker silhouet af: Evert. Iemand - Thomas? - heeft de schakelaar ingedrukt, de hoofdruimte is baadt in helder neonlicht. Marc en Ria maken foto’s van het totaalbeeld.
Evert heeft een kleine, groene gieter bij en sproeit de de kleisculptuur.
Thomas en Evert spreken af wat ze met de projecties zullen doen.