evert, thomas/spoor 2: marc de clercq, joris van der borght/
enkele uren voor het openingsmoment
De inkom. Marc drentelt. Er is een portret gemaakt van Carlo en hij wacht op het volgende slachtoffer.
Joris is vlakbij de poort begonnen met het installeren van een brainbox neonsculptuur.
Uit de gang naar crox3, waar het eigenlijke corpus van brainbox plaatsvindt, walmt een groezelige beat. Het is er pikkedonker. Aan het eind van de gang is een grijzig wit, rechthoekig lichtvlak.
Evert arriveert. Hij informeert naar Carlo. Carlo is er niet, hij is er net vandoor, minuutje geleden.
Marc en Evert slenteren door de gang naar crox3, waar sinds enige tijd ook het werk van Carlo operatief is. Evert stelt zijn videoprojectie bij. Marc kijkt toe.
‘Carlo heeft alles in werking gezien?’ informeert Evert.
‘Huh?’
‘Carlo heeft alles in werking gezien,’ herhaalt hij, vragend en op quasi identieke toon. Hij stapt om de itonsculptuur, wijkt af richting gang.
Schrijver dezes worstelt nog met vorige zinsconstructie.
‘Euh-’
‘Carlo heeft alles in werking gezien?’
‘Ja. Ja.’
‘Op de tweede projectie van Thomas na...’
‘Ja, precies.’
De filmprojectie van lespakket 1 (to arrive) klatert over Evert heen. Hij verdwijnt in de gapende doorgang, stapt richting inkom. Marc drentelt heen en weer en verlaat tenslotte de hoofdruimte.
Ter linkerzijde de videoprojectie met het zelfportret van Carlo. Hij brandt gaatjes in z’n hemd met de top van een filtersigaret. Om z’n hals hangt een stethoscoop.
Evert stapt op de itonsculptuur toe. Hij heeft de gieter bijgevuld en sproeit water over de kleimassa. Marc kijkt toe. Achterin de ruimte is er het geratel van de Bauer filmprojector.
Joris komt langszij, haastig, en vraagt: ‘Hoeveel <h>arts zouden het moeten zijn? Ik heb het SMAK aan de lijn.’
‘Tien.’
Marc becommentarieert de ingreep van Evert. Ze staan vlakbij het itonbouwsel en kijken naar de gestolde kleistroom.
De stem van een dame: ‘J’arrivais...’
En een man antwoordt: ‘I arrive.’
‘J’arriverai...’
‘To arrive.’
‘Je suis arrivé.’ Thomas komt de ruimte binnen. Carlo brandt gaatjes in z’n hemd.
‘I he she it we you they’
‘To arrive.’
‘I arrive.’
Thomas heeft een filmprojector bij, type Bauer, en begroet Marc en Evert. Hij en Evert geven elkaar een hand. Ze bespreken het totaalbeeld: de projectie van Evert op de zijwand van het bouwsel van Anton, het zelfportret van Carlo en de dwars door de ruimte in de gang geprojecteerde tekstfragmenten van Thomas. Intussen steekt Marc het licht aan.
Thomas zeult met bekabeling. Evert opent de schuifdeur. De projectie van Carlo is gereduceerd tot een wit vlak.
|