| |
|
| |
| collaborations: |
| > |
> Hans V. Heirseele_text01 |
> |
| > |
> |
|
| > |
> |
|
| > |
> |
|
| > |
> |
|
| > |
> |
|
|
| |
| nieuwe fragmenten / auteur: Hans van Heirseele |
| vrijdag 6 oktober, 15:05 > 15:20 /dag 36/ |
peter morrens, johan de wilde
In de doorgang naar crox3 staan Johan De Wilde en Peter Morrens. Ze aanschouwen de interventies van Carlo en Thomas en Evert.
Een hoog opgeschoten schaduw valt over de filmprojectie in de gang. Het is de schaduw van iemand die een hoed en raincoat draagt.
Het filmpje dat paar dagen geleden nog te zien was, is doorgebrand. Thomas verving het door een ander filmpje.
Dit keer gaat het over chocolade: elle a un chocolat, she has a chocolat.
Peter wil weten hoe het nu precies zit met de soundinstallatie van Carlo. Stemt het vinyl overeen met de psychotische sound, of is het zomaar wat vinyl en een geluidsband die er niets mee te maken heeft.
Schrijver dezes beklemtoont dat de geluidsmodule overeenstemt met wat op het vinyl te horen is.
Het is de paranoia van een perpetuum mobile: het tot repetitief minimum herleide extract van een onschuldig muziekje. Het dwingende geluid creërt een sfeer van onbehagen en dreiging.
Johan slentert tot helemaal achterin de ruimte en neemt plaats op een stoel.
Peter staat wijdbeens. Hij bekijkt de plantendraaier. Carlo brandt gaatjes in een hemd.
Peter tilt de boxen overeind. Het zijn er twee. Enkele dagen eerder hebben hij, Ward en Johan een kleine ingreep gedaan: ze hebben de boxen face down op de vloer gelegd. Peter vroeg of ik de verandering had opgemerkt.
Ja en nee. Ik had de verandering opgemerkt, gisteren, tijdens de permanentie, maar er verder geen aandacht aan besteed.
Nu de boxen weer recht overeind staan, is de muziek een stuk luider en dwingender.
Peter is enige tijd met een van beide boxen bezig. Hij probeert het geluid te dempen met een kaft; stapt vervolgens linksop en leunt tegen de muur, vlak naast het zelfportret van Carlo. Na verloop gaat hij tot actie over: hij brengt een zwart vlak aan tussen de projector en het geprojecteerde beeld, vangt het gezicht van Carlo, reduceert het tot een klein portret, niet groter dan een quarto. Het zwarte, intermediaire vlak werpt een grote en vlakke schaduw op het geprojecteerde beeld.
Johan zit achterin de ruimte en staart peinzend voor zich uit.
Peter waagt zich intussen aan een experiment, zoals kinderen die met schaduw de contour van een hond, van een kameel of van een kip nabootsen. Zijn rechterhand gaat heen en weer in de lichtbundel en pleistert het silhouet van een hondachtige op het zelfportret van Carlo.
Johan bestudeert de Bauer filmapparatuur.
Peter staart naar de videoprojectie van Carlo. Even later focust hij weer op de in situ ingreep met platendraaier en stoel. Hij staat wijdbeens, een halve meter afstand van de apparatuur vandaan, studeert, bestudeert. Je kan er donder op zeggen dat hij inmiddels al een plannetje heeft, stappen overweegt, iets uitdoktert.
Van de geluidsmodule gaat het richting itonsculptuur. Eerst Anton, dan Evert, nu Peter.
Een nieuwe invalshoek: hij monstert de videoprojectie van Carlo, vervolgens die van Evert. De ingebeelde geometrie van een verhouding die alleen hij lijkt te zien, van een ingreep die vorm aanneemt zonder dat iemand wat merkt.
Johan zit sinds enige tijd naar de kleisculptuur te staren.
Peter focust op het filmpje van Evert. Hij doet wat hij enige tijd eerder met de videoprojectie van Carlo deed, brengt de zwarte kaft op ooghoogte tussen de oplichtende partikels en het op de zijwand van het itonschrijn geprojecteerde beeld.
Hij werpt de zwarte kaft op de vloer, vlak voor het beeldscherm.
Een stofwolk laait op.
Doet het nog een keer, en nog eens. Heel even kijkt hij om naar Johan. Het stof maakt een dikke wolk.
Aan de binnenkant van het gebaar vormen kleisculptuur en stofwolk eenzelfde beeld.
Genesis van een metafoor...
Johan en Peter bespreken voorafgaande gebeurtenis. Ze bevinden zich beiden achterin crox3, Lofo in zittende houding, als eerst, Peter rechtopstaand, ergens ter linkerzijde, de armen gekruist.
Ze bekijken het werk van Anton en Evert.
Peter maakt een aantal gebaren, wijst, toont iets aan, legt uit, maakt iets duidelijk, probeert iets te verduidelijken. Een debat. Johan luistert, antwoordt.
De soundinstallatie van Carlo is alomtegenwoordig.
Peter wijst het plafond aan. Zijn gebaren worden grootser, preciezer, betrekken een groot deel van de ruimte in het gesprek: kijk hier, kijk daar.
Johan knikt.
Of ze tot een akkoord komen is onduidelijk.
Johan veert overeind. Hij neemt het woord en interpretereet (incorporeert) op al of niet definitieve of intermediaire manier wat Peter aan- of inbracht.
De heren komen tot een gezamenlijk standpunt, zoveel is duidelijk.
Johan gaat zitten en staart voor zich uit.
Peter peutert in z’n neus.
|
|