|
johan, peter /thomas böing (crox 191)/
Ze zijn bezig op het terras. Peter heeft de mouwen van z’n groene hemd opgestroopt. Zonlicht. Herfstzon. Een hond inspecteert het dak.
Crox3 is grotendeels leeg gemaakt. Het itonbouwsel van Anton is ingesmeerd met klei.
Krijtlijnen geven aan waar zich de apparatuur van unit 2 bevond. Een rol folie leunt schuin tegen de muur ter rechterzijde. Op het zwarte tafeltje, dat nu vlakbij de schuifdeur van het kantoor staat, bevinden zich de resten van een lunch.
Johan zeult een boormachine naar het terras. Hier wordt aan een vloer gewerkt, waarvoor ze de voorraad mdf 20mm gebruiken: het dakterras wordt een kamer.
In crox3 is helder daglicht. In de spiegel van het dakraam is een groene vlek; het hemd van Peter. Hij hanteert de boormachine, verstevigt de houten vloerbedekking. De mdf is gehalveerd; hele stukken hadden onmogelijk via de trap naar boven gekund.
Johan daalt de trap af, vingert in een doosje en vist er een vijs uit op.
Een terzijde: het e-mailadres van Lucia, is het chinkicheinli of heeft ze intussen een ander adres? Hij verdwijnt naar het bovendek. Amper een half ogenblik later is hij weer terug. Dit keer gaat het om een cutter. Hij deponeert het snijmes op de werktafel in de gang, stapt tot helemaal achterin crox3.
Peter hurkt op het bovendek, is bezig met het verstevigen van de houten terrasbodem.
Johan torst vier met bister gekleurde plankjes. Boven, in het zonlicht, licht de niet beschilderde kant op als melkwit.
‘We moeten wel zien dat...,’ merkt Peter op.
‘Dat is waar,’ geeft Johan toe.
‘...Die in de breedte. Maar dan... Dan moeten we die derde plank...’
Er is een probleem. ‘Ai ai ai,’ orakelt Johan, ‘...ah!’ Hij tast onder de vloerbedekking.
’Oef. Er zat iets onder...’
‘Wat?’ Peter lijkt niet meteen door te hebben wat de ander bedoelt.
‘Er zat iets onder.’
Op gegeven ogenblik zijn er voetstappen in de gang.
Thomas Böing betreedt crox3. Hij volgt schrijver dezes naar het terras, waar Johan en Peter bezig zijn.
‘Fantastisch he, dat ‘film’-Engels,’ grapt Johan.
woensdag 11 oktober, 15:OO > 15:20 /dag 41/
johan, peter /spoor 2: joris/
Wat voorafging: Joris en Johan halen een lamp op in Huurland, aan de Wiedauwkaai.
Het discussiepunt is dus waar: waar komt de lamp. Het is een lamp van 3000 watt, een reusachtig ding. Volgens Joris gaat het om een werflamp, volgens Peter is het een gasdamlamp.
Ze sleuren de standaard met vereende krachten naar een hoek voorin crox3.
‘Uit het zicht he,’ benadrukt Peter.
‘Achter het hoekje?’ probeert Joris. Hij wijst de kantoorruimte aan. Vinden ze geen goed idee.
Ze halen er de bekabeling bij.
Intussen is de vraag, hoe hoog is het ding? Er wordt gegokt. Hoe hoog het ding is? Twee meter en een half of zo.
‘Amaai, dat verbruikt nogal zeker,’ zegt iemand.
Valt mee, meent Ward.
Een blauwig licht vlamt op en er is een ruistoon. Het licht wordt geleidelijk aan intenser en witter.
De heren bekijken het resultaat.
‘Zo is het eerder een sfeerlamp,’ merkt Joris op.
Er volgt een discussie, of het nu een halogeenlamp is of niet.
Hallogeen, merkt Peter op, is geler.
Hierover zijn ze het eens.
Johan rept zich naar het terras. Hier is de zaak grondig aangepakt. Het dak is bijna afgewerkt, ook de houten vloer is zo goed als af. De smalle dakruimte heeft hierdoor het karakter van een cockpit, of controlekamer, maar het dak is net iets te laag om er comfortabel rechtop te kunnen staan.
Peter vervoegt Johan. Ze bestuderen het effect.
De lamp zorgt voor aan radius van intens licht die - op wat slagschaduwen na - alle duisternis wegzuigt. Slagschaduwen als van witheet zonlicht.
Johan staat vlakbij een van de ruiten en staart in het vooronder.
Vanuit de diepte gezien een Borremansachtig tafereel: het grote insect beloert de homunculus. |