croxhapox
betekenis van het woord croxhapox "Croxhapox (what does that word mean?)" (Larry Krone; February 1, 1999)/
#1 Bedacht door Hans van
Heirseele komt het woord voor het eerst aan bod in de >correspondentie
met Guido De
Bruyn. Op de vraag "wat betekent het" is geen sluitend antwoord
te bedenken. Het meest correcte antwoord is dat het niets betekent. Croxhapox
is een woordvondst. Het meest opvallende eraan is de klanknabootsing ox ox.
Als woordvondst zou je het dus net als bijvoorbeeld holderdebolder in de categorie
onomatopee kunnen onderbrengen, "een woord waarvan de klanken gekozen zijn
met het oog op het imiteren van een geluid of auditieve indruk" (Lexicon
van literaire termen, p.238; Wolters Plantyn 1998). Het is de minst anekdotische
en wellicht ook meest transparante verklaring. Maar dan blijft de vraag van
wat het een klanknabootsing is. En de interessantste invalshoek is dan deze:
we plaatsen het woord croxhapox binnen de context waar het voor eerst aan bod
kwam, die brief met name van Hans van Heirseele aan Guido De Bruyn (herfst 1989),
een brief die een bizar en chaotisch hoogtepunt markeert in het epistolaire
oeuvre van beide vrienden, zo intens chaotisch en multi-thematisch dat Guido
het in zijn tegenbericht over "een Schönberg met hoofdpijn" heeft.
Wat Hans met die brief probeert duidelijk te maken is, goed mij best, we praten
langs elkaar heen, wel, hop, hier heb je de volle lading. En dat gaat als volgt.
In het Gent van de 75ste eeuw loopt een zekere meneer Platjens een tweedehands
boekhandeltje binnen en treft er een curieus boekwerkje aan: een geannoteerde
editie van de Brieven (Van Hier Naar Ginder en Weer Terug), de brieven zijn
die, dat spreekt, van het duo van Heirseele-De Bruyn. Boven de daken van Gent
rijst op dat moment hoog en droog een grote, bolle plexi-stolp. In de binnenstad
is geen straatverkeer: alle straten en snelwegen bevinden zich hoog in de staalblauwe
lucht. Gauw blijkt dat Platjens de held is van een publicatie die een zekere
Croxhapox, >androïde, we zeggen en schrijven het jaar 200.000 na de
grote oen-crash, op het beeldscherm van zijn spitsbroeder, de androïde
Utitut
aantreft. Beide androïden bevinden zich in een luchtschip, ergens verweg
in een of ander melkwegstelsel, ze zijn de enige en laatste artefacten van het
menselijke erfgoed.
Meer informatie bevat de brief eigenlijk niet, het is een nec plus ultra. Utitut
is de slimme robot, wat een beetje uit de klanknabootsing blijkt: iemand die
het altijd beter weet; Croxhapox is de domme robot, of liever, de tegendraadse
robot, letterlijk, als androïde functioneert hij al sinds een tijdje niet
meer te best. De slimme robot is een metafoor voor de zich conformerende kunstenaar
(dixit Eco, zie Cultuur van de Wansmaak, een boek dat van Heirseele toen net
aan het lezen was), de domme robot is het alter ego van de opstandige kunstenaar,
wat benadrukt wordt door het dubbele ox ox. Op het inhoudelijke vlak is dit
meteen de meest steekhoudende verklaring van wat het bizarre woord croxhapox
zou kunnen betekenen. (Voor het brieffragment zelf, zie #10) >Anrys, Stefaan
#2 Iemand brengt volgende linguïstische
verwantschappen te berde: crox lonkt naar crux (essentie), hapox lijkt verwant
aan hapax of hapax legomenon (het eenmalige): "Woord of begrip dat in een
bepaalde taal of bij een bepaald auteur slechts éénmaal voorkomt."
(op. cit. p.196)
#3 De meest gesmaakte en ook de gemakkelijkste
verklaring voor de herkomst van het woord croxhapox is van culinaire aard. Zie
>Metro (bijlage De Morgen, 27 januari 1999, LVDS): "Ik at vroeger niets
anders dan croque monsieurs ( ). Van al die croques heb ik dan maar Croxhapox
afgeleid." Eén van de vrijheden die LVDS (auteur van dit persbericht)
zich hier permitteert, is het eenduidig benadrukken van wat hooguit een suggestie
is. Of het woordbestanddeel crox rechtstreeks van croque is afgeleid, is namelijk
allesbehalve duidelijk, het is gewoon één van de mogelijke verklaringen,
tenminste voor wie zich afvraagt wat het woord betekent en waar het vandaan
komt.
#4 Pox. Get the pox, of: krijg het
schurft. In het Engels lonkt de 3de syllabe niet meteen naar met burgerfatsoen
te conformeren tradities. Cambridge heeft het over the pox dated infml SYPHILIS
* See also CHICKENPOX COWPOX SMALLPOX CROXPOX. Hoewel vaak over het hoofd gezien
(nogal wat crox-habituées spreken croxhapox uit als croxafox) is het
net de derde syllable (pox) die het woord injecteert met extra slagkracht. palindroom
#5 Aanvankelijk gespeld als crochapox.
De auteur vervangt het zwakker klinkende ch door een x. Xoxoxox en Opropas,
drielettergrepigen uit dezelfde woordenverzameling als croxhapox.
#6 Anekdote. Eind jaren tachtig had
Frank Van
den Eeckhout een Volvo met nummerplaat CPX 200.
#7 "Croxhapox, een nieuwe start".
Dirk Pültau, De Gentenaar, 27 januari 1995. De recensie van Dirk Pültau
levert een verrassend complete samenvatting van de beginjaren van Croxhapox
vzw. "GENT - Ze begonnen zo'n vijf jaar geleden in een kraakpand op het
Beverhoutplein, dichtbij de Sint-Jacobskerk. Heel bescheiden. We bezochten er
toen twee tentoonstellingen, één met een installatie van Sjoerd
Paridaen en een andere met kleinefoto's van Daniël Libens, beiden leraar
aan de Gentse Akademie. We recenseerden ze ook allebei en, voor zover we ons
herinneren, niet eens zo negatief. Nadat hetpand werd afgebroken organiseerde
de vzw een aantal minder "sedentaire" projekten: "En Passant"
in (winkel)etalages, en een aktie met copy art. Nu hebben ze weer een klein
maar gastvrij verblijf, in de sous-sol van een huis in de Aannemersstraat in
Gent.
Vroeger was Croxhapox een tandem, met Hans van Heirseele en Frank Van den Eeckhout
op het zadel. De straatprojekten na de "kraakpandperiode" van Croxhapox
deden zij samen. Zij zorgden dat er copy art van Duitse, Engelse en Amerikaanse
kunstenaars in de Gentse straten hing, en datje kunstwerken kon gaan bekijken
vanop straat, in Gentse etalagaes. Dit laatste initiatief "En Passant"
scoorde niet zo goed. "Het was een beetje een flop, dat geef ik toe,"
zegt Hans van Heirseele.
In 1990 vroeg Croxhapox aan verschillende kunstenaars om een soort alternatieve
verkeerspalen te maken. Er waren bekende, internationale namen bij. Visch, Perejaume
en Wakolbinger gingen meedoen, maar op het laatst ging het toch niet door, omdat
Jan Hoet er tegen was. Hij vond het te megalomaan.
Het allerlaatste initiatief van de tandem Van den Eeckhout/van Heirseele heette
"KNUTS". Het idee was om pancartes met logogrammen erop in de stad
te verspreiden. Van den Eeckhout wilde dat die logogrammen van bekende mensen
kwamen; schrijvers zoals Jan Decorte en Hugo Claus, terwijl van Heirseele dat
onderscheid liever niet wilde maken. Enfin, er ontstond een meningsverschil,
en beiden besloten voortaan hun eigen weg te gaan. Maar wat dan?
Hans van Heirseele: "Na een tijdje kreeg ik zin om opnieuw te beginnen,
met kleine tentoonstellingen, zonder veel poeha. Ondertussen had ik ook mijn
vriendin Kristel De Buck leren kennen. Bij haar thuis was er een ruimte vrij
en zij zag het ook wel zitten."
"De bedoeling is om te funktioneren binnen het niet-commerciële circuit.
Dit is de derde tentoonstelling. Daarvoor was er Dirk Peers,
en we zijn begonnen met mijn broer, >Herr Seele. Op het >Beverhoutplein
(bij Sint-Jacobs nvdr) hadden we op één jaar tijd veertien tentoonstellingen.
Dat flash-effekt wil ik ook hier, de tentoonstellingne moeten kort blijven.
Jammer dat we nu zo afgelegen liggen. Op het Beverhoutplein zaten we midden
in het centrum, zo kregen we heel toevallige bezoekers over de vloer."
Carels
#8 Titel van een kortverhaal van Guido
De
Bruyn (publ. De Brakke Hond N°29, 1990). Guido De Bruyn gebruikt de
naam van het toen pas opgerichte vzw als titel voor een kortverhaal waarin hij
de draak steekt met de actuele kunstscene. Als regisseur van de BRT-kroniek
'Kunstzaken' is hij uiteraard vertrouwd met de usances van het plaatselijke
kunstmilieu. Het kortverhaal leest niet meteen als een hommage en zet de lezer
ook op het verkeerde been, alsof net Croxhapox vzw een voorbeeld zou zijn van
de gebruikelijke mystificatie-reflex van het heersende kunstmilieu (intellectualiserende
begrippen die lucht verpakken, enzovoort).
#9 Croxhapox is een leuk stadje. >inmiddels
#10 Brieffragment waarin het woord
croxhapox voor het eerst aan bod komt (correspondentie Hans van Heirseele/Guido
De Bruyn; 8 augustus-8 september 1989, zie ook #1) Titel: DE MAN DIE HET BETER
WIST EN ZIJN HAAR LIET GROEIEN. (paragraaf 1 voert een zekere meneer Platjens
ten tonele. Paragraaf 2:) Upr Utitut sloeg glimlachend het boek dicht en nam
een van de cadmiumsnoepjes. Lekker, bedacht hij, in die blauwe zitten leuke
nagalmpjes.
Croxhapox, zei hij, ik wil je niet lastig vallen met een rigide, met een al
te intellectuele en abstracte benadering van het fenomeen, maar, kijk, we hebben
een probleem: de kunst is op. En de tijd is op om daar wat aan te doen. Want,
om kunst te maken. Wat moeten we met kunst? Weet jij het? De hele dag al zit
ik te denken: wat moet ik met kunst. 37 triljoen kunstvoorwerpen heb ik hier
voor me. En wat voor kunstvoorwerpen? Vraag me: wat is de kunst? Wat is kunst
in onze tijd, of, wat is kunst in hun tijd, volg je, en zo ja, ik bedoel, als
we het dan over kunst hebben, of die kunst nog zinvol is, in deze tijd, in onze
tijd, volg je. En moet je hier eens lezen, het antwoord: dat zal de tijd uitwijzen.
Jongen, wat een lachwekkende veralgemening! De tijd! Maar de tijd heeft toch
ALLES beantwoord, of niet soms. En dat 'onze', alsof het alleen 'hun' tijd is,
en geen andere tijd, alsof ze alleen met die tijd te maken hadden, volg je,
en met geen andere tijd. Kijk, wat ze niet doorhebben: de abstractie is het
denken zelf. Tijd! Tijd tijd tijd. Zelfs ook maar 1 enkele seconde is een uitwerpsel
van die abstractie. En wat dat rund, hoe heet ie weer. Zeg, heb je nog zo'n
blauwtje? Hoor eens jongen, jij mag best eens geölied worden. Nee nee,
cadmium graag, zo'n blauwe, danku. Hmm, lekker. Is dat trouwens geen roestvlek,
nee, daar, ja, vlak onder die linker leesknop van je. Een roestvlek, jawel,
jazeker, een roestvlek. Goed. Wat zei ik. Kijk, wat ik wilde zeggen: er hangt
een schaduw van onwetendheid over de benaderingen van die luitjes uit het Pomoproleticum.
DE KUNSTENAAR, keelde Croxhapox met een schril vibrato in de bovenstem, de kunstenaar
is als die ko ho ko honing die alles opeens alles kwijt is, kokkel kwijt, beugel
kwijt, en dan, want kwijt is kwijt, weigert af te treden! Alles kwijt! Beugel
kwijt! Kokkel kwijt! En weigert af te treden! Weigert! Omdat hij meent, dit,
meent hij, dit niets is mijn laatste onbereikbare bastion. Dit niets, nooit,
dit nemen ze me niet af! Nooit!
Menen is geen werkwoord, kuchte Upr Utitut. En je hebt weer in mijn tapes gesnuisterd.
Noo-hooit!! Noo-hoo-hoo-hooit!! Noo-noo-noo-noo-hoo-hooit!! zong Croxhapox.
Zong, probeerde te zingen.
Er is wat met je bandje, vergeef me lieve jongen dat ik je altijd weer op alles
attent hoor te maken, ik vind, werkelijk, je zou er toch echt wat moeten beginnen
aan doen. Overigens, kijk, ik zal je wat zeggen, onneembaar is het zeker, het
onbereikbare bastion, want het is niets, maar onbereikbaar, nee, integendeel.
Ik laat je wat zien, zei hij. Hij boog over het boordklavier. Ik spoel even
door... Het linkerscherm, ja, daar, zie je, bovenin...
Croxhapox maakte een geheel onbedoelde pirouette en kwam tot stilstand tegen
het borstinstrumentarium van Upr Utitut. Elke cultuur gaat op in zijn eigen
lucht, las hij. Upr gooide er wat geknetter tussendoor, over de hele oppervlakte
van het verchroomde borststuk gloeiden vuurrode lampjes, één van
die lampjes had iets van een tepel, de verboden tepel, de Tepel van, de Axiomatische
Oertepel. Die knop indrukken was ongetwijfeld. Het was. Een vergissing? Ach
god god, bedacht Croxhapox, wat een kleine lekkere tepel, Oertepel, sublieme
oerknoop, knop, knoop, strop, stroop, één vergissingetje, bedacht
hij, een klein een heel erg klein vergissingetje, hop hop hopus, eentje maar:
wat zou er gebeuren als iemand de tepel aanraakte? Upr Utitut staarde wezenloos
voor zich uit, stilgevallen, gevallen in een afgronddiepe put van zich in raadsel
hullende codes. Zoek poek toek, mummelde Croxhapox. Hij wreef met een vingertop
over de blinkende tepel. Het goddelijke vermiljoen van de tepel."
Zo gaat het nog even door, tot de brieflezer in de ultieme uithoek onderaan
een voorlaatste bladzijde belandt: "Croxhapox liet het vel papier op de
bodem van het ruimteschip vallen. Hij stond enige tijd verslagen voor zich uit
te staren. Hij voelde zich leeg, op een ondoorgrondelijke manier leeg, totaal,
onuitputtelijk leeg. Urp gaf geen teken van leven. Hij stond in exact dezelfde,
ietwat houterige houding, als een golem, het triomfantelijke cataclysme van
een standbeeld. Maar wat Croxhapox vooral verontrustte... Hij had het papier
niet laten vallen. Nee. Hij had het niet laten vallen. Nee, nee, het was tussen
zijn vingers vandaan gegleden, zonder dat hij dit had weten te verhinderen.
Tot overmaat van ramp klapte het rechteroogluik dicht.
Een vage zindering, een siddering, het lauwe suizen van een echo, o, o, lieve
jongen, vergeef me, geölied worden, een schaduw, de schaduw van een onwetendheid.
Spreken in onze plaats? Oho, dat wel. Maar is er iemand die in onze plaats zwijgt?
Zwijgen moeten we zelf doen."
#11 ‚whataboutcroxhapox‘, mailart project (2006-2007).
Reactie van de Brit Alan Brignull: ‚CROXHAPOX – what a strange
word! Is it Cyrillic? No – it starts like ‚cross‘ and ends
with ‚pox‘. In the middle it looks like ‚hoxha‘ maybe
it is Albanian!‘ Best Wishes Alan Brignull/