En Passant
crox 18
affiche,
herfst 1991. 25 instalramen in de Gentse binnenstad. David
De
Boom Joos
Gazet
van Antwerpen >Laatste Nieuws Volk
>Witte Raaf. Dirk Pültau (De Gentenaar, vrijdag 27 september 1991):
KUNST IN HET UITSTALRAAM: GOEDE ZAAK VOOR DE WINKELS. GENT- "Als u d ekomende
weken uit winkelen gaat, en u komt plots voor een etalage vol vreemde en onverkoopbare
dingen te staan, dan is er veel kans dat u Kunst tegen het lijf gelopen bent.
Heel wat winkels hebben namelijk een deel van hun uitstalramen gereserveerd
voor een tentoonstelling: "En Passant". In totaal 25 kunstenaars of
kunstenaar-duo's hebben evenveel uitstalramen van hun bijdrage voorzien. Het
is een aardig, wat ludiek initiatief geworden./ De organizator is vzw Croxhapox.
Vroeger had die vzw een onderkomen in een pand op het pleintje achter de Sint-Jacobskerk,
nu luidt hun adres: postbus 608. Ze zijn dus dakloos; vandaar misschien wel
het idee voor die straatexpositie./ De kunstenaars zijn niet onmiddellijk beroemdheden,
dat is ook niet de bedoeling. Croxhapox wil vooral jonge mensen een forum bieden./
Hetvertrekpunt ligt in de Sint-Pietersnuewstraat, in de Backstage. Daar kanje
een plannetje of een katalogus krijgen. Daar ook opende Jan Carlier vorige week
de tentoonstelling. Hij slingerde een reusachtig gewicht door het glas aan de
straatkant. Aan de ketting van deze reuzeslinger hangen twee veertjes: het werk
is een metafoor voor de kunst die vanuit haar elitaire ruimte naar de straat
wil toespringen. Het devies bij uitstek van deze tentoonstelling./ Vandaar ga
je op stap. Langs Marc De Roover die wormen in turf uitspreidde in de etalage
van Sensa en langs Renee Lodewijckx, die je aangaapt vanop videoschermen, geplaatst
tussen een familie reuze speelgoedkonijnen op een bodem van konfetti: de kunstenaar
als carnavaleske nar./ Veel werken maken de etalages een stuk attraktiever,
ze brengen er aksenten in aan. Ze geven er een meerwaarde aan, maar die meerwaarde
is niet altijd van artistieke aard. Hun verleidelijkheid is van dezelfde orde
als die van een mooie etalage zonder mee. En mooie etalages waren hier al, ook
voor deze uitstalramen tot instalramen werden omgedoopt. Misschien dat hier
een aantal kunstenaars een ideale branche hebben gevonden./ Johan Van Geluwe
levert één van de sterkste momenten. Achter de onderste vensters
van het poëziecentrum legde hij twee kransen: een rouwkrans achter het
ene, een lauwerkrans achter het andere. De vensters zijn laag geplaatst, tegen
de straat aan, zodatje de indruk hebt in katakomben binnen te kijken. Maagdelijk
toegedikte katakomben dan, want buiten de kransen zelf is alles in het wit,
ook de lintjes. Het interessante eraan is dat Van Geluwe met de kontekst speelt,
in casu de poëzie. Hij verbeeldt haar kille glorie, schoon en steriel./
De tentoonstelling mag er best zijn, gewoon al om het charmante idee waardoor
ze ook niets vermoedende passanten met kunst weet te vangen. Verleidelijk en
verwarrend is dat, omdat je plots met iets anders wordt gekonfronteerd, daar
waar je pasklare produkten, ondubbelzinnige dingen verwacht. Jammer misschien
dat er te weinig met die idee van het "uitstallen" gebeurt, want dat
is juist het spannende van het koncept. Het is vreselijk exhibitionistisch,
als je er even op doordenkt./ Verder is "En Passant" vooral een goede
zaak voor de winkels. Ook wij hebben weer een paar leuke zaakjes ontdekt. Geen
kwaad woord dus."