Libens, Daniël

 

crox 11, december 1990. Cahiers panoramiques. Dirk Pültau (De Gentenaar) recenseert de crox-solo van Daniël Libens. DL toont een serie panoramische zwartwit-foto's. Hij maakt ook enkele opnames van het interieur van Beverhoutplein 7 croxpano 1 croxpano 2 croxpano 3

Libens, Daniël. (extra) ‘Kleine weidse panorama’s’ (Dirk >Pültau, 7 december 1990, De Gentenaar): GENT- Daniël Libens kiekt stukken realiteit zonder er een gouden rand aan toe te voegen. In de plaats daarvan zit er een slordig zwart boordje aan. Met kleine beelden stelt hij “Cahiers” samen, en die hangen nu drie keer achter evenveel glazen platen te kijk, in de fleurig vervallen ruimtes van vzw Croxhapox. Ertegenover hangt telkens een bijgekleurde kitschprent met een historisch zicht, en daaronder staat een domestieke stoel.
Hij noemt ze “Cahiers panoramiques”, omdat hij er een panoramische camera voor heeft gebruikt. Zo’n toestel zuigt in één korte beweging meer dan wat het normaal kijkdebiet kan bevatten in de lens, maar trekt daarmee wel alle rechte lijnen die dwars in het beeld staan een beetje krom. Vandaar die indruk die je hebt, dat je de wereld door een bolle lens bekijkt.
Nochtans, en dat is er eerder positief dan negatief, maakt Libens meestal geen over-gebruik van het “specialleke” dat die manier van fotograferen oplevert. Alleen rekken de ruimtes er meer door uit. De voorgrond plooit soms open als een waaier en mede door die kromming over de breedte van de foto, kenmerkt het geheel zich door een horizontale kadans. Een weg verbreedt zich op de voorgrond, alsof hij zich onder je voeten schuift, een haag trekt krom en hetzelfde gebeurt met de zee of het lijnenpatroon van een geploegde akker. Daardoor brengen deze kleine, bescheiden foto’s een grotere weidsheid binnen hun grenzen. Daardoor ademen ze, de omlijning van de rand wordt als minder rigide aangevoeld. Het gaat verder, het is een stuk werkelijkheid door de camera met een snelle haal uit de wereld gegrepen. Een haal die zich telkens weer herhaalt, met de gretigheid van de fotograaf als drijfkracht.
En Libens’ foto’s zijn ook maar fragmenten, snedes. Duidelijk van iemand die op reis is en onderweg beelden meesnapt. Niets is eeuwig en onvervangbaar, alles is een moment uit een uitbreidbare reeks. Ook als er klassieke beelden worden opgezet, hebben deze iets van een snel kijkend oog, dat het voorgaande vergeet, en naar het volgende trekt. Libens’ werk heeft geen panoramische adem, het blaast de kleinheid niet op. Zo kan je er naar kijken zonder pretenties naar beneden te moeten halen. Libens foto’s hebben een juiste intimiteit. (DP)