wandeling

 

"En als ik langzaam liep,/ vadsig, burgerlijk,/ als ik langzaam liep,/ de lange weg/ helemaal tot het eind,/ er is een restaurant,/ ik tel wat ik bij heb,/ het wordt geen bargoens festijn,/ de muntjes tikken in m'n broekzak,/ ergens in m'n garderobe heb ik een biljet van twintig,/ besef ik,/ er zijn straatleggers aan het werk,/ ik wandel tussen de stenen door,/ wat voel ik me hebberig vandaag,/ vadsig, burgerlijk,/ hier is illusie aan het werk,/ glimlachend loop ik voorbij aan de koeien en het landschap,/ een biljet van twintig laat je niet zomaar liggen,/ god en ik zie een steen over het hoofd,/ wat een prachtige steen is het,/ wat een kei,/ wat een complex landschap van huizen als keien,/ glimlachend loop ik voorbij aan lanen en kerkjes,/ ik hoor het zingen van verre meisjes,/ ik hoor het tikken van het pasgeld in m'n broekzak,/ ik tel wat ik bij heb,/ hier is illusie aan het werk" (Parafrase op een gedicht van Drummond De Andrade, 1989/1997)